Schepenbank Zegel Baarlo Schepenbank gebouw Baarlo circa 1650
Onder de schepenbank de poort naar de achterliggende kerk.
100
In het dorp Baarlo gelegen 7 km ten zuiden van Venlo op de westelijke Maasoever, zijn 4 kastelen gelegen. Naast de zogenaamde kastelen of versterkte huizen staan er in Baarlo twee riddermatige huizen. Het betreft de Borcht en de Raay die beide eigenaren destijds onder bepaalde condities toegang verleenden tot de zitting der Staten van het Overkwartier.
De heerlijke rechten van het dorp Baarlo waren, voor 1673 aan geen van de kastelen verbonden. Deze rechten kwamen toe aan de graaf die zich in 1339 Hertog van Gelre mocht noemen.
Deze rechten behelsden bijvoorbeeld het recht op de uitoefening van de rechtspraak, het recht om de scholtis, schepenen en bode te benoemen en de vervallen boeten te innen. Kortom een complex van rechten behorend bij de lage rechtspraak.
De heerlijkheid Baarlo had de hoge jurisdictie.
Hoe en op welke wijze Baarlo onder het bestuur van Gelre kwam is nog niet achterhaald.
Algemeen wordt aangenomen dat Baarlo eens deel uitmaakte van het bezit, dat door graaf Hendrik V van Kessel in 1279 aan graaf Reinald van Gelre verkocht werd.
In 1673 verkocht de koning van Spanje als hertog van Gelre al zijn heerlijke rechten, zo ook die van het dorp Baarlo.
Op 28 april 1674 werd Frederik Bertram van Laer beleend met één helft van de heerlijke rechten van Baarlo. De andere helft kwam in handen van Johan van Holonien (Hologniën zu Neden).
Zowel de halve heerlijkheid van Van Laer als het kasteel de Borcht werden diverse malen als onderpand gesteld voor geleende bedragen. Op een gegeven moment werd de terugbetaling steeds moeilijker. Uiteindelijk verkocht de familie van Laer op 22 april 1690 haar bezittingen in Baarlo aan Johan Baptist de Bierens, deken te Aken, die tevens de grootste schuldeiser was. Zijn neef Johan Baptist Joseph de Bierens werd na schenking met deze goederen beleend. In 1762 vererfden de Baarlose Bezittingen naar Willem Raymond de Bierens, de laatste telg uit deze familie, hij was grootdeken van Aken en vermaakte bij testament al zijn goederen aan Hendrik van Erp. Deze familie heeft het kasteel in bezit gehad tot 1962, toen het werd verkocht aan de gemeente.
De andere helft van de heerlijkheid was vanaf 1674 in het bezit van de families Van Holloniën, Van Pollart, van Rhoe d’ Obsinnich en van Olne, totdat in 1750 de familie van Bierens in het volledige bezit kwam der heerlijkheid.
H. Brueren
november 2002
1 M. Flokstra De Borcht te Baarlo 2000
2 W. Goossens RAL 16.1117 kasteel Baarlo
101
GRENS VASTSTELLING IN TWEEHERIG BAARLO 1738
De heerlijke rechten van het dorp Baarlo waren voor 1673 aan geen van de kastelen verbonden. Deze rechten kwamen toe aan de graaf, die zich in 1339 Hertog van Gelre mocht noemen.
Deze rechten behelsden bijvoorbeeld het recht op de uitoefening van de rechtspraak, het recht om de scholtis, schepenen en bode te benoemen en de vervallen boeten te innen. Een complex van rechten behorend bij de lage rechtspraak. De heerlijkheid Baarlo had de hoge jurisdictie.
Algemeen wordt aangenomen dat Baarlo eens deel uitmaakte van het bezit, dat door graaf Hendrik V van Kessel in 1279 aan graaf Reinald van Gelre verkocht werd.
In 1673 verkocht de koning van Spanje als hertog van Gelre al zijn heerlijke rechten, zo ook die van het dorp Baarlo.
Op 28 april 1674 werd Frederik Bertram van Laer beleend met één helft van de heerlijke rechten van Baarlo. De andere helft kwam in handen van Johan van Holonien (Hologniën zu Neden). Later na enkele generaties kwam Baarlo in het bezit voor ene helft van baron van Bierens en de andere helft van baron d’Olne.
In onderstaand afschrift van de overeenkomst van verdeling worden de rechten van de grond bepaald en kan men zien waar de grens was.
Sijne Majesteijt Glorieusen gedachtenisse Karel den Tweede Koninck van Hispanien etc. Bij de akten van vercopinghe ende overdracht van de heerlijkheid Baerlo ons het recht gegeven hebbende van te planten op de gemeijne wegen ende gemeijntens etcetera …soo is het dat wij ondergeschrevene om ons recht te gebruijcken daer ontrent verdeelen gelijck wij verdeelen mit deese den ‘ grondt van de voorsegde heerlijkheijdt in der voegen dat de gemeijne beecke van de maese tot aen de watermolen daerop staende, ende den wegh uijt het dorp lopende tussen het huijs van Tilman Kessels ende Enger goedt passerende aen den Staldijck in eene perpend uilaire linie de voorsegde jurisdictie sal schijden in tween ende dat volgens dese verdeelinghe den heere Baron van d’ Olne de st. halim etc. sal hebben het onderst deel ende den heere Baron van Bierens het bovenste hetwelcke wederseijts geaccepteert hebbende verbinden wij ons ende onse naercomelingen Heeren van Baerlo onder verbintenisse als naer rechten ende costuijmen van noodt daertegens te sullen gaen maar in tegendeel altijd bundigh goet ende van waerde te sullen houden.Deese verdeelinge waeromme wij willen dat deese conventie ter eeuwige gedachtenisse sal worden gesteld op het prothocolle der Heerlijckheijdt Baerlo d’ oirconde hebben wij wederseijt onderteijckent ende met onse aengeboren adelijke pitschappen becrachticht Baerlo den 13 oktober 1738 onderstont het pitschap van Heere baron d’ Olne in roden lacke gedruckt en was onderteekent le Baron d’ Olne. Daerneffens het pittschap gedruckt in roden lacke van den Heere baron van Bierens en was onderteijkent baron van Bierens. Deese met d’ originale gecollectioneert bevondente accordeeren bij mij van der Keelen, secretaris.
RAL 16.1117 nr. 100
© H. Brueren
102
BELASTINGKANTOOR TE BAARLO 1679
In Baarlo was ten tijde van het Spaans Overkwartier gelegen aan een belangrijke doorvoer route van de handel van Italië naar Engeland per wagen, er was een belastingkantoor gevestigd zoals blijkt uit onderstaande teksten, op 19 december 1679 vanwege de landvoogd vanuit Brussel de navolgende zaken verordonneerd:
“ESTAT DE MODERATION" VAN DE RAAD VAN FINANCIËN TERZAKE VAN IN- EN UITGAANDE RECHTEN
De lijst bevat een opsomming van artikelen waarvan de uitgaande rechten gereduceerd worden. Daarnaast worden de invoer- en transitrechten, te heffen van goederen afkomstig uit Engeland en de Republiek, die niet in de lijst worden genoemd, gesteld op twaalf stuiver per honderd last. Hetzelfde geldt voor Franse produkten bestemd voor doorvoer naar Engeland en de Republiek. Voor zover die produkten bestemd zijn voor doorvoer over land, via Vlaanderen, Brabant en Gelderland, naar het Duitse Rijk en Italië, moeten er paspoorten en "acquittes à caution" worden gelicht. In de kantoren van Roermond, Venlo of Baarlo kan men de nodige certificaten à décharge verwerven. De bepalingen van 16-12-1670 blijven van kracht, zij het dat de voorgeschreven declaratie aan de commies van Zijne Majesteit te Keulen, voortaan te Roermond, Venlo of Baarlo gedaan kan worden.
ORDONNANTIE VAN DE RAAD VAN FINANCIËN TERZAKE VAN DE TRANSITO-HANDEL VAN ITALIË NAAR ENGELAND
De verordening behelst voorschriften voor het vervoer van zijde en brokaat, afkomstig uit Italië en bestemd voor Engeland, door Jeremie Hagens en François van Pruyssen. Voor deze stoffen moeten invoerrechten worden betaald te Roermond, Venlo of Baarlo; de uitgaande en convooirechten zijn verschuldigd in Oostende. Te Roermond, Venlo of Baarlo moet de lading worden gecontroleerd aan de hand van bijgaande cedulen, alvorens de kisten en balen voorzien zullen worden van het loden transit-zegel. De wagenvoerders ontvangen een "acquit de payement", dat zij onderweg aan de officieren van in- en uitgaande rechten moeten tonen. Deze acquitten moeten te Borgerhout worden ingewisseld tegen een "acquit de caution" voor de reis naar Oostende. De gestorte borgsom zal worden terugbetaald na het overleggen van een douane-verklaring uit Oostende, waaruit blijkt dat de lading in zijn geheel is uitgevoerd. De landvoogd verleent bovendien sauvegarde aan bedoelde transito-handel en vermaant de lokale overheden om op het alarm van de wagenvoerders onmiddellijk de klok te trekken en te hulp te snellen.
Bron: plakkatenlijst A.M.J.A. Berkvens
© H. Brueren (Oktober 2006
103
ZOUT VERPACHTING TE BAARLO in 1771
In de Pruisische tijd was het zout erg belangrijk. Er zijn indertijd diverse plakaten (verordeningen) over verschenen waarin de gang van zaken door de Pruisische regeerders werdvoorgeschreven. In Baarlo werd het zoutmeten verpacht zoals uit onderstaande transcriptie uit de schepenbank Baarlo blijkt.
Verpachtinghe van het soudt van den 1 juni 1771 tot juni 1772 Conditien onder de welcke naer gedaene kerkcke publicatie de regeerders van Baerlo sullen verdoen het uijtmeten en verkoopen van ’t soudt tot Baerlo beginnende met den 1 e junij 1771 en eijndigen met laeste meij 1772. 1.Eerstelijck sal het soudt blijven voor de Regeerders soo te verstaen dat den aennemer moet maeken een pertinente Lijste die met de saltboeken overeen komt. 2. Den aennemer sal met het salt geene last hebben als alleen het uijtmeten. 3. Wordt het salt meten uijtgeset tegens twee guldens Cleefs par ton en sal een ijder vrijstaen voor minder tantieme te presenteeren. 4. Minstbiedende sal het saltmeten verblijven en sal gehalden sijn te betaelen aen vragt par ton eenen gulden Cleefs en ten eijnde van ’t jaer van sijnen ontfanck en uijtgave behoorlijke reekeninge doen, ter presentie van de regeerders. 5. Den aennemer sal sorge dragen dat het salt op sijnen tijdt wordt gehaelt te weten met quartaelen oft aen d’ Regeerders bekent maeken, hoe veel nog resteert en bij foute van sulks sullen de onkosten van executien op hem verhaelt worden. 6. Den aen-nemer sal gehalden sijn het spint uijtte meten tegens agt pont Venloos gewigte. 7. Sullen de inwoonders gehalden sijn te betaelen vijffthien stuijvers Cleefs voor het spint. 8. Den aen-nemer sal betaelen voor het maeken deser conditie 1 gld Cleefs en voor jeder Schepen daer over sittende 10 Ln en den boode 5 Ln Cleefs.
Verbleven aen Jan van Hees vor eenen gulden en negen Stuijvers Cleefs.
Oirconde Baerlo den 26 junij 1771 Jan van Hees Joannes Mevissen
RHCL 01.029 nr. 3120 (C) H. Brueren (Oktober 2006)
104
HOF DE VOORT TE BAARLO 1447
Gedeelte uit het leenboek van de Hertog Arnold van Gelder uit de jaren 1428, 1447 en 1449. Hieruit blijkt in 1447 naast de genoemde hoeve Tongerlo te Sevenum (op de grens met Maasbree) ook een hoeve was gelegen te Baarlo bij de Helling genaamd "der Voirt". (Een voort was een doorwaadbare plaats bij een beek.) De voormalige boerderij De Voort, op welke plaats thans nog een woonhuis staat met een gelijknamige aanduiding is in de nabijheid van "De Kwistbeek" in de Helling te Baarlo. Hierbij een gedeelte van de originele teks van het leenboek en de transcriptie:
Extract uut hertouch Arnolts van Gelder lehn- boick Anno XXVIII des maenendags post Agatha (dit is 9-2-1428) ontfieng Arnt van Blitterswick die heerligheit van Blitterswick mitter kerkckgifften van Blitterswick ende van Wanssem ende voirt die lehnmanne dair toe gehoerende, gelich dat van alde gelegen is tot een en Kuickschen leensrechten etc. Manne herr Roeliman van Arendale ridder heer tot Weil, Johan van Oije greve to Ubbergen ende Henrich Coellekenn van Loynen.
Ex codem libro In den jair ons heeren MCCCCXLVII des vrijdags nae den sondaig Miserecordia Domini (dit is 28-4-1447) hefft Arnt van Blitterswick mijnen genedigen heeren to lehen gemackt den hoff tot Tongerloe gelegen in den kerspel van Sevenhem ende den [b]hoff der Voirt in den kerspel tot Baerle[/b] gelegen mitten laytschappen tot Vorst mit allen hoeren toebehoir in verbeterniss orss leens sijns huiss tot Blitterswick voorschr. beheltelick doch Lisbethen Arnts huistrouw voirss hoire tocht an den hott tot Tongerloe mit sijnen toebehoir ende beleenden dair mede Johan van Blitterschwijck sijnen altsten soin in behoiff Arnts voirss. tot eijnen Kuickschen leensrechte mannen Johan van Boidbergen erffmarschalck ende Johan van Groisbeke de Jonge
Ex edodem libro Anno ex. XLlX sabbatho post Viti (dit is 21-6-1449) onttieng Johan van Bijeter schwick die herligheit van Blitterschwijck mitten tienden, kirckgiftten leenmannen ende allen hoiren toebehoir soe die van alts gelegenn die hoeve tot Tengerloe ende Ter Voirt mit hoiren toebehoeren gelijck voirschreven steit mannen Johan van der Donck ende Johan Spede ende meergoedermannen.
RHCL Schepenbank Broekhuizen.
© H. Brueren (oktober 2006)
105
MOLEN OP SOETERBEEK 1604
Het betreft de belening in 1604 en 1612 van de molen behorende tot het huis Broekhuysen door de stadhouder van de lenen welke molen gelegen was op Soeterbeek te Baarlo.
Molen tot Soterbeck beleent fol. 12
Beleen yck Geryt Vynaen(?), stadthelder der lhenen gehorende tot den huys Bruchuysen in stat mijnens lyven heren Gweydo va Malsen, her tot Bruchuysen und Kessingen, doen kondt unde bekennen in desen apenen lhenbryff overmyts mannen van lhen mijnens here vurscreven Deryx Feren, Jan Bouten van Bry , belen unde belent heb Geryt Jan Hylkens soen to Bry an dy mulen tot Zoterbecke mitz allen oren toebehoer woe dy waren als bynnen dy fyer vergen in den kerspell van Bry und Barlo gelegen ys mitz der beeck dese acht foet wijt vursen(?) sall dar niet van utgescheyden tot eynen kluppelllhen thoe verhergeweisen mytz fyer suare enckel overlentsche rijnsche goldtgulden als myt recht verschijnt [los?] unde ledych wort hyrvan Geryt Jan Hylkens soen huId unde recht gedaen voerbehalden den her und iderman sijnens gueden rechten, dyt ys myt weten Dryssen Peter Hermens soen bewyllycht dat Geryt Jan Helkens soen van Bry dyt ihen hefft van sijnder wegen ontfangen anno 1604.
Anno 1612 is heir in 't meines housse to Brochussen verdragen so toforen tou... gewest is gefallen als vanwegen der pattinge tussen dey oere wegen als boven vurscr., so is verackordeirt dat Peter Schros so deix und dresgh gebroeken sael dat seij dat tosamen tofreden sein sollen sonder ergh und lest in orkont der wareit oufer und aen gewest als lenmannen Derick Verfren, Jan Bolten und so dock als verfeIt und leidich is sael Peter Verhoufte seinne erfen tot den lein tovoer komen einnen gholdtgholden gescheidt beij meij Jan Rameckers, statheller des linsboek des hous to Brochussen, waervan seij malekanderen godt bescheit van gefen sollen waer seij niet wender und keren sollen tot datselve stock.
Bron: RHCL Schepenbank Broekhuizen.
© H. Brueren (oktober 2006)
106
HET MAESHUYS TE BAERLO 1782
Onderstaande tekst geeft de voorwaarden voor de verpachting van het Maeshuys te Baarlo, een boerderij daarnaast de veerdienst over de maas in het jaar 1782. Het Maeshuys was gelegen aan de linkerkant op de hoek van de huidige weg naar het veer, waar de weg een scherpe bocht naar links maakt. Het veer was toen gelegen bij de bocht recht door. Eigenaar - verpachter was Baron d’Olne, toen wonende op kasteel De Berckt.
“Geft aan pachting voor het huys, vehr, land, weijden etc 500 guldens Cleefs jaerlijks, aen backhoudt bekomt pachter 300 dennenschansen, ofte 200 andere, pagter sal het huys noch nieuw sijnde in reparatie onderhouden op sijn costen, maer so door hagelslagh, storm, wind, groot water ofte kriegs verderf daeraen schade quam, sal de reparatie sijn tot laeste van hr. verpaghter: en soo de Maess in de keuken van ’t vorschreven huijs quam te staen en pagters daardoor genootsaeckt woorden uijt hetselve sich te retereeren soo sal jun eenmael voor hetselve jaer van Meij tot Meij geremitteert woorden 40 guldens Cleefs.
Hr. verpagter ende pagters sullen alle reparatien der verschuijten, ponten, aecken etc. ider ten halven betaelen, te verstaen hr. verpagter sal den arbeitsloon aen de timmerluijden ten halven betaelen ende pagters de aendere halfscheid, daerbenevens hun kost, dranck en logie geven en de hr. verpagter sal de noedige materialen, als houd, ijzer en naegels etc fourneren. Maer 1783 den 17e februari heft hr. verpagter met pagters contrahiert, dat sij den den arbeitsloon loon van alle reparatie van de scheepen betaelen sullen alleen ende het noedig werck daertoe leveren, ook de helfte van den jaer betaelen sullen. Waertegens sij genieten eenen morgen maessweert met de witzen eindigende aen Enger beek ende heer verpagter heft voor het jaer 1782 aen sijn halfscheid voor reparatie betaelt 25 gulden clefs.
De veerscheepen sijn tot laeste van de pagters, so door hun versuijm daer aen schade quam. Alle kleene geredschaepen sijn tot laste van de pagters alleen, voor ijder voetplanck, soo aen den voorslagh gemaekt woord, sallen pagters betaelen 1 stuyver clefs.
Pagters sullen vrij overvaeren alle dewelcke sijn tot dienste van den hr. verpagter en alle dewelcke den hr. verpagter sal gelieven, als ook den heer van Kessel en wat den heer verpagter zal coopen en verkoopen. In geval dat bij oorlog de veerscheepen weggenomen woorden, sal aen pagters pro rato der tijdt dat sij niet hebben konnen profiteeren remitteert worden. Ingeval dat militairen overgevaeren worden sal hiervan de helfte de heer verpagter profiteeren. Pagters sullen geen veergeld meer forderen als van ouds gebruickelijk is en geen pasagiers laeten wagten en so sij aene een of aendere conditien quaemen te manqueren soo sal aenstonds de pagting cesseeren en soo sij eenen knegt van de hr. verpagter laeten wagten en niet terstont overvaeren, sullen sij voor ijder reijs verbeuren 1 gulden en sullen ook betaelen de verteeringe der geene die doer hun versuijm aen de overkant van de maess ’s nachts sullen moeten logeeren.”
Bron: RHCL 16.0521 nr. 2180
© H. Brueren (oktober 2006)
107
VRIJSTELLING VAN EXTRAORDINAIRE DIENSTEN
De heerlijkheid Baarlo was tijdens een oorlog vrijgesteld van extraordinaire diensten zoals uit onderstaande blijkt.
Specificatie soo van d’ adelijke als voordere goederen dewelcke ingevolgh van berichten door de Regenten der Heerlijkheden en Gemeentens van dit Gelderse District in voldoeninghe aen s’ hoffs ordonnantie van den 4 Martij a.r. overgegeven int presteren der extraordinaire diensten geduerende desen oorlogh tot hiertoe exemt gebleven sijn: BAERLO In dese Heerlijkheijdt bevinden sich het Huys de Borch Baerlo en het Huys Raij beide Riddermatigh.
Het huis De Birckt soude voor dato niet gedient hebben. Der oirsaecke de Besitters van’t selve waeren geweest mitheeren tot Baerlo, dat den tegenwoordigen besitter den heer Baron d’ Olne continueerde den selven vrijdomb te genieten voorts de volgende ses hoven* van’t presteren der extraordinairen diensten eximeerden onder voorgeven dat sij dienaengaaende soude vercregen hebben een special previlegie van vrijdomb ende dat dienvolgens d’andere ingesetene de diensten voor de voorgemeldte heeren moesten doen, dewelcke meestal ¼ deel van de geheele gemeente uijtmaeken, dus mittet Huijs de Birckt .
Van schepenen ende gemeentsmannen word gheene mentie gemaeckt.
In de kantlijn:
als Douvenhoff, Fridesen hoff, Coosdonckshoff, Stockmanshoff, het Veerhuys, den Gemeentsbosch (zie ook onder Overkwartier van Gelre)
RHCL 16.0503 d’ Olne Baarlo inv. nr. 10 ( Okt 2006)
© H. Brueren (oktober 2006)
108
MOORD IN BAARLO IN 1757
Onderstaande moord vond plaats nabij kasteel de Raay
Den ondergeschrevene chyrusijn geroepe sijnde doer den here scholtus der vreijherlicheyt van Barlo bij het doodt lichaem van Martinus Gommans verklaert naer alvorens hetselve gevisitert te hebben in presentie van het gericht der vreijherlichyt van Barlo gevonden te hebben eene schuet op den rugh met hagel penetrerende de hagels door de spina dorsy aen de rechter sijde andere tot bynen het lichaem en herte wardoor gekoemen is dat alle de bloedtvaeten van het herdt aefgeschoten sijn ende het herdt op 4 a 5 plaetsen doerschoeten is hetwelck alles gedemonstrert hebbende soo verklaere alsdat de wonde absolut doedelijck is.
Actum Barlo den 7 august 1757
w.g. Henricus Geraedts chyrusijn
© H. Brueren (okt.2006)
109
PAARDENDIENSTEN 1726
In vroeger tijden dienden hand en spandiensten worden verricht voor de heer van de heerlijkheid en de gemeenschap. De inwoners in het bezit van een of meerdere paarden moesten hiermede arbeid verrichten. Er waren schijnbaar problemen over de gang van zaken en dit werd in onderstaande verklaring van de schepenbank van Baarlo geregeld.
Alsoo wij ondergeschreven schepenen ende geswoerens dese heerlijkheijdt Baerlo bij dageliexe experientie ende hoe langer hoe grootere nurmareingen ende clachten mit redenen bevinden onder d’inwoonders alhier dienende mit een peerdt over den last, die sijen dyen aengaende, in alle voorvallende occasien, dagelix moeten doen tot merckelick voordeel van de groote hoven, die van oude tijden gehouden zijn geweest, te dienen met dry peerden, ende nu eenige jaeren herwaerts in alsoo te dienen hebben beginnen beginnen te manqueren, so is bij ons onderschreven, om alle questien voor te comen, geresolveert ende vastgesteld, dat de groote hoven, hebbende dry peerden, sullen gehouden wesen te dienen met desen verstande nochtans, dat soo sij gebaedt worden buyten dorps te dienen, voor die reyse met twee peerden sullen konnen volstaen ende bij de eerst naest volgende ordre mit het derde peerdt den resteerenden dienst sullen bijdoen, ende suppleren, ende dat dee halve hoven vans gelycken sullen gehouden wesen te dienen mit twee peerden, gelijck die mit een peerdt bouwen, oock mit een peerdt moeten dienen, alles conform de reguleringhe van de billeteringhen, soo ende gelijck sulx van alle tijden costumelijck is geweest, ende dat bij manquement van alsoo te dienen d’ onwillige mit recht daertoe sullen worden geconstrengeert verzoeckende de gebiedende Heeren dese resolutie te willen approbeeren ende dijen aengaende de stercke handt te verleenen in oirconde hebben wij deese resolutie onderteijckent tot Baerlo den 13 april 1726
Jan Lemmen, Hendrick Buerskens, Jochim Beurskes, Hermen Verbraemhorst, Guert Bongaerts, T. Kessels
Bron:RHCL 3120 Schepenbank Baarlo (oktober 2006)
© H. Brueren (okt.2006)
- 110
PAARDENDIENSTEN BAARLO 1793
In de heerlijkheid Baarlo hadden de inwoners de plicht jaarlijks te dienen voor de kasteelheer.
Lijste der paerden dewelcke jaerlijks moeten dienen den Hoogedelen Hooggeboren Heere, Baron van Erp, heere tot Baerlo etc. etc. voor den jaere 1793
Geurt Linssen met 2 paerden, op de Kleene Birkt
Jan Ingenoet met 2, op Doeven
Joannes Göerts met 2 onder aen Eind
Gerardus Peeters, met 1 aen molen
Jacobus Holten, met 1 Maeshuys
Antoon Arets, met 1 Velgert
Willem Zegers, met 1 Velgert
Gerardus Linssen, met 1 Velgert
Mathijs Bruijnen, met 1 Velgert
Joachim Peeters, met 1 1/2 Stokmans
Willem Roux, met 1 Hoogendries
Gerardus Janssen, met 1 1/2 Roffaerts
Wed. Reiner Beurskens, met 2 Hoever
Wed. Christoffel Kessels met 1 1/2 Hoefacker
Wed. Willem Engels met 1 aen de Trap
Wed. Willem Peeters met 1 Bongers
Jacobus Beurskens met 1 in ’t Dorp
Arnoldus Beurskens met 1 aen de Sprunck
Leonardus Smits met 1 in ’t Dorp
Cornelis Smits met 1 in ‘t Munster
Arnoldus Hoeben met 1 in de Hel
Jacob Jacobs met 1 1/2 aende Voort
Willem Kessels met 1 aen Huyssen
Reiner Janssen met 1 Diepenbroek
Peter Tuenissen met 1 ½ Groothummeraij
Hendrik Linssen met 1 op den Bosch
Willem Holtackers met 1 op den Bosch
Hermanus Stikkelbroek met 1 Klaeshof
Marten Veekens met 1 ½ Soeterbeek aen Eind
Hendrik Janssen met 1 Litjes
Joes van den Schoot met 1 Schoots
Hendrik Louwen met 1 Soeterbeek
Mathijs Janssen met 1 Soeterbeek
Joannes Verhaag met 1 op Grubben
Wed. Peter Coopmans met 1 Soeterbeek
Mathijs Hermans met 1 Somp
Mathijs Heldens met 1 Schans
Peter Janssen met 1 groote Bongh
Hendrik Jacobs met 1 Kempkes
Willem Dorssers met 1 kleen Bongh
Joannes Beurskens met 1 Kruijs
Hendrik Göerts met 2 Boeket
Jacobus Simons met 2 Raij
Geerit Wolters met 1 aen de Heij
Hendrik Janssen met 1 in de Heur
Wed. Mathijs Wolters met 1 Scheres
Wed. Joes Beurskens met 1 Staldijk
Wed. Willem Jacobs met 1 aen de Weem
Petrus op Heijs met 1 Driessen
Gerardus Timmermans met 2 Monekijen
Petrus Hermans met 1 Pratwinkel
Jacobus Coopmans met 1 aen d Hart
Willem Peeters met 1 Braemhorst
Gerardus Ingenoet met 2 Coosdonk
Theodorus Korsten met 1 Schafelt
Hendr. Bosch met 1 Schafelt
© H. Brueren (okt.2006)
111
DE SPRUNCK TE BAARLO
Onderstaand de trancriptie van een stuk betreffende de openbare aanbesteding betreffende het opmaken van de openbare wasplaats, de Sprung geheten, welke nog steeds aanwezig is, maar nu de Sprunk genoemd wordt. De aanbesteding vond plaats in het midden van de 19e eeuw. De bron is nog steeds aanwezig.
Den Sprung te maken 40 voet lang en 16 voet breed en anderhalven voet diep als hij tegen-woordig is en rontomme met vaaschienen te battenen vast te maacken paalen, ider paal een voet
van malkanderen, alsmede de faschinen metrossen te bekleeden; de sluyse moet goed sufficantvan eyken 2 duymsche planken, breed 1½ voet
en van vooren met 2 duymsche planken, dyt te maacken en den Sprung voor 2 jaaren
t'onderhouden en sal 't hout tot de fachinen van de gemeente aengeweesen worden, alsook dry waschstoelen en een houtere vloer voor de waschstoelen om op te staan, soolang als noodig is, ende sal de aenneemer deser ...ost eene hegge van doorne planten pooten binnen de leunen en moet den aenneemer dese hegge in tijd van 6 jaaren in staet leveren op pene dat in contrairen val sulx op sijne kosten sal verhaalt worden, opgehangen op 100 gulden en opgegaan tot op 200 gulden, aengemijnd bij Peter Opheijs.
Ten tijde van 't branden der kertse is nog afgemijnd 71 gulden en naar uytbranden derselve
verbleven aen J: Holtackers, en heeft dese ten effecte vandien eygenhandig geteeckent.
[w.g.] Joannes Holtackers
© H. Brueren (oktober 2006)
112
CONFLICT DE SPRUNCK IN 1620
Conflict over het planten van bomen bij de Sprunck door Jonker van Laer in 1620
De heer der heerlijkheid had vroeger het recht bomen te planten op “gemeene gronden”.
De bevolking was daar niet blij mee aangezien de grond bij de Sprunck werd gebruikt om de was te “bleijcken”. Er werd een proces gevoerd voor het hof van Gelder in Roermond, zie onderstaande transcriptie. Toen werd er dus al lange tijd de was gedaan in de Sprunck.
Aan den Hoven van Gelderlandt. Verthonen seer ootmoedelick die Schepenen, Gesworenen ende gemeine ingesetenen des kerspels Baerloe, hoe dat inden selfsten kerspel voor of onder die kerkcke gelegen is seecker gemeinplaets den Speulhoff genaemt waer in is gelegen een schoon water sprunck, jeder tijdt schoon water gevende, die welcke plaetse der supplianten huijsfrouwen ende vrouwen, gesinne, onverdenckliche jaeren hebben gehalden, ende gebruijckt, voor een gemeijn bleijck om allerhanden lijnwat daer op te wassen, netten ende bleijcken ende all ist saecke dat der supplianten huijsfrouwen ende gesinnen in sulcken aldan gebruijck ende posessie onverhortes rechte niet en behoren getrubeert te worden. Soo oft nochtans zoo dat desen onaengesien Jonker Henrick van Laer onlangs sich onderschreven heeft die voorsegde bleijcke met wilge pooten doorgaents te beplanten ende oversucke die selve bleicke totten voorsegde gebruijck onbequaem te maecken, ten opsegen daer bomen staen geen lijnwat gelacht can worden ende t’gene daer onder soude mogen liggen vanden vmber belet ende vande affvallende blaederen bedorven wordt. Waerom die supplianten genootsaeckt worden hun hier over aen U Edelen ende eerw. t’ addresseren, seer dienstelick biddende dat den hove gelieve hun supplienten in den voorsegden alden gebruijck ende posessie te mainteneren, aen hun verleenende brieven van maintenu den voorssegde Jonker Henrich van Laer te belasten dat hij die voorsegde pooten ende jonge beplante boomen salhun wech nehmen ende alle beletsel der voorsegde bleijckerijen aengedaen affschaffen onder den reserve daer hij vermeent naer eenich recht ten epetitoir opte voorsegde gemeijne bleijck te hebben, dat hij dieselve voor desen hove sal intenteren. Dit doende uth ende was geapppostilleert T’hof decerneert brieven van coicatie aen Jonker van Laer omte reschriboren van binnen acht dagen nae informatie
Actum tot Ruremonde den 10 e julij 1626 Ende was onderteekent .J van Kerckhoven
Bron:RHCL 01.029 nr. 9
©H.Brueren(oktober 2006)
113
Boerderij Boekenderhof was gelegen aan de Napoleonsbaan Zuid te Baarlo. Thans is er Stal Hendrix gevestigd.
Deze eeuwenoude boerderij was eigendom van de Karthuisers te Roermond. Aan de hand van pachtcontracten kunnen de vroegere bewoners worden achterhaald.
1574 Henrich Beurskens & Geertgen seine huysfrouwe voor 12 jaar tot 1586
1592 Henrich Beurskens & Geertgen seine huysfrouwe voor 12 jaar tot 1604[1]
1601 Heyn Verboecket
1607 Hein Verbocket en Wulm sein sohn 12 jaar tot 1619
1613 Heijnen Bocket ende Wilhelm seinen sohn voor 12 jaar[2]
1620 Heinrich Verbocket[3] & Gertien seijne egte huysvrouw 12 jaar tot 1632
1631 Willem Beurskens & Grietgen seine huysfrouwe voor 8 jaar
1653 Wilhelm Beurskens & Grietgen sijne egte huysfrouwe 8 jaar tot 1661[4]
1657 Hein Beurskens & Gertruijdt van Kijen sein huysvrouwe[5] voor 6 jaar[6]
1661 tekst in latijn met opsomming van 8 punten
1685 Hendrick Janssen afrekening vanaf 1685-1692
1699 Hendrick Janssen zaliger voormalig halfman Boekenderhof beslag gelegd
1721 Joachim Hendricks & Jencken Brouwers eheluijden voor 6 jaar[7]
1731 Joachim Hendricks is nog pachter en is gehuwd met Helena Graevendijck (2 e huw)
1729 verpachting van het gewas en overeenkomst inzake levering granen
1734 Marten Beurskens & Elisabeth Mewissen voor jaar tot 1742 (inv.nr. 292)
1754 Marten Beurskens & Elisabeth Mewissen voor 12 jaar tot 1766
1760 tussentijds verlengd
1760 Marten Beurskens & Elisabeth Mewissen voor 12 jaar van 1760 tot 1772
1772 Joannes Beurskens & Margaretha Heijmans voor 6 jaar tot 1778
Afrekening van Grietgen weduwe van Willem Beurskens als pachteres van de bouwhoff en de tiende van de Hof van de Karthuysers 31-08-1663 (invent. Nr. 292)
Bron: RHCL14.D049 nr. 290
(C) H. Brueren februari 2007
Noten:
[1] Hof wordt genoemd: Convents hoff
[2] hof wordt genoemd: Carthuysers Cloosters hoff
[3] Ondertekend met Heijn ob den Bocholt
[4] Hof wordt genoemd Bockholt
[5] op achterzijde informatie over de gerichtsdagen in Baarlo in 1658 – 1659 en 1660 het convent werd vertegenwoordigd door A. Pelgrom van Venlo. (declaratie verteringen) de gerichtsdagen in 1658 waren te Baarlo op: 25 nov. en in december. In 1659 op: 28 jan- 14 juli – 27 okt in 1660: 1 maart -
[6] hierin worden genoemd: 8 melkgevende koeien, 4 runderen, 100 schapen, 4 goede trekpaarden met veulen, 1 zeug met 8 biggen.
[7] Hof wordt genoemd : op den Boecholt
114
Het Cruys Valderen en de Enke Voord
Een belangrijke plaats in het dorp Baarlo anno 1749 was het Cruys Valderen.
Een valderen is volgens van Dale: “een om een horizontale as scharnierende deur die men kan oplichten of laten vallen tot afsluiting van een opening”.
De tegenwoordige Grote straat heette vroeger de Cruys-straet. Deze liep vanaf de kerk door tot op het tegenwoordige kruispunt van de Bong met de Kieënweg en de d’Olneweg. De Napoleonsbaan bestond toen nog niet. De weg kwam van Kessel via de tegenwoordige d’ Olneweg, stak de Cruysstraat over (Bong) en ging verder via de tegenwoordige Kieënweg naar de Pratwinkel en via de Coesdonck en de Hei naar Blerick. De uitgang van het dorp richting Bree, tegenwoordig Maasbree werd afgesloten door het Cruys Valderen Op de hoek langs de tegenwoordige Kieënweg was de boerderij Enckevoort gelegen. Een “voord” was volgens van Dale een doorwaadbare plaats in een beek of rivier. Dus de oversteek van de Kwistbeek. Een brug was er niet. Een “Enk” was volgens van Dale: “geheel van (vroeger gemeenschappelijke) bouwlanden bij een dorp of buurtschap”. Deze gronden waren in de tegenwoordige Bong gelegen. Dus de “Enke-voord“ was de beekoversteek naar de vruchtbare landbouwgronden van het dorp. Hiermee is ook de naam van hof Enckevoort verklaard. Aan de tegenwoordige d’ Olneweg aan de andere kant van het kruispunt was toen ook de pastorie van Baarlo gelegen en hiernaast het huis van Peterke In der Stegen, zie onderstaande.
Aan de hand van onderstaande tekst kunnen wij een en ander reconstrueren:
Peterke In der Stegen huys en hoff aen het Cruys Valderen geeft jaerlijks aan Cijns eenen alden Vlems op heden den 6 oktober 1749 is gecompareert op de Borgh Baerlo Jan Staex den welcken naer doodt van Peter Staex des comparants broeder ende in desselfs plaetse sich ten vaerthinsrechten heeft laten behanden ende te boeck setten aen een huys met een moeshoff gelegen aen het Cruys Valderen groot ongeveer een half vierendeel ter eenre sijde de Cruys straet ter andere sijde het erff van de Pastorije van Baerlo sijnde den Bongaert schiet met een voorhooft op den selven Bogaert ende met het ander op den wech lopende langs de Pastorije waervan den comparant jaerlijks verclaert te betaelen aan Chijns (einde citaat)
Bron: RHCL 16.1117 nr. 102 pag. 208 Leen en cijnsboek Heerlijkheid en Borcht Baarlo
Peter Staex is overleden op 23-2-1749 en was gehuwd met Gertrudis Schaefels (+7-7-1770) Zijn broer Jan Staex kreeg het huis in gebruik. Hij was op 21-08-1740 gehuwd met Agnes Hendrickx. Het gezin kreeg 5 kinderen. Zij hadden 1 koe en bewerkten 1 morgen pachtgrond. Jan was daghuurder.
Zie ook onder nummer 104 HOF DE VOORT TE BAARLO 1447
Deze hof was gelegen in de tegenwoordige Helling bij de oversteek van de Kwistbeek. Ook bij deze zeer oude boerderij was vroeger een oversteekplaats, er was toen nog geen brug. De naam van het huis “de Voort” verwijst hiernaar.
© H. Brueren
115
Bouw van een brug te Baarlo in 1773
Onderstaand stuk betreft de condities en voorwaarden voor de bouw van een brug bij de St. Rochus kapel op de Reijsheuvel te Baarlo in 1773
Conditien en voorwaarden onder de welcke naer gedaene kercke publicatie de regeerders van Baerlo publijck sullen verdoen het maecken der Gemeents oft Reijsheuvels brugge, als oock den Romp offte Canael aen het Broek valderen en een vonderen over de quisbeek.
Eerstelijck moet deze brugge breet sijn acht voeten en twelf voeten langh en de plancken moeten sijn 2 ½ duym dijck, vijf ribben ses en vijf duijm dijck, twee balcken van elf voeten lanck, acht en ses duijm dijck, drij paelen van seven voeten lanck, dewelcke moeten sijn acht duijm in kant;
2. De paelen aen den kant naer ‚t suijden vermeent men dat sullen blijven, edogh soo sij bij afbreek niet souden voor goet bevonden worden, so sal aen den aen=nemer de nieuwe paelen apart vergoet worden.
3. Den aen=nemer moet op de vier hoecken van de brugge eenen ancker nagelen 1 ½ voet langh
4. Item moeten aen dese brugge gemaeckt worden twee voorslagen offte vleugels op den bovenkant ses voeten langh en so hoogh als de brugge is
5. Item moeten besijden de brugh tegen de paelen oock plancken gemaakt worden van onder tot boven van 1 ½ duijm dik.
6. Sal aen dese brugge niet mogen gebruijckt worden als goet eijcken hout, sonder open te sijn of ringh te hebben.
7. De nagels moeten sijn ses duijm langh en ijder nagele een halven voet van elkanders te nagelen en wijder niet.
8. Het alt hout van de brugge sal blijven voor den aen=nemer en het geene noch bequaem sal bevonden worden sal hij aen de brugh moge gebruiijcken.
9. Den aen=nemer sal sijn gelt ontvangen naer het goet keuren van de brugh: bij den tegenwoordigen schatheffer.
10. Den aen=nemer sal gehouden sijn aenstonts te betaelen voor het maeken deser conditien en presentie van regeerders 30 stuijver Cleefs.
11. Dese brugge verveerdigt sijnde, sal besien worden van d’amptelijke regeerders en indien den aen=nemer quaat hout daer aen gebruijkt oft andere fouten gemaekt heeft sal gehouden sijn sulcks te veranderen op peene dat alle onkosten daer over rijsende op hem sullen komen.
Alnoch sal uijtgeset en verdaen worden aen den minst biedende den romp oft canael aen het Broek valderen.
Dit canael moet langh sijn veerthien voeten en gemaekt worden onder op palen en boven een plaet van eenen voet breet en vier duijm dick.
De palen onder moeten sijn vier en vijf duijm dick, waer in gewerckt moeten worden twelf stimpelen aen ijder kant ses, de wijde onder moet sijn twee voeten en twee voeten hoogh.
De stimpelen moeten sijn vier duijm dick, de planck voor de stimpelen moeten sijn 1½ duijm dick.
Item een vonderen aen de bovenste Quisbeek hetwelk langh moet sijn 13 voeten en vijf duijm dick, eenen voet breed.
De brugge uijtgeset sijnde is verbleven aen Jan van Hees voor drij en sestigh gulden Cleefs
Was getekend Jan van Hees.
Het canael en het vonderen uijt geset sijnde is verbleven aen Jan van Hees voor Drij en dertigh gelden Cleefs.
Was getekend Jan van Hees.
Aldus verpacht ten overstaen van de onderstaande schepenen tot Baerlo den 3e oktober 1773
Was getekend Peter Heldens Willem Engels
Bron: RHCL 01.029 nr. 3119
© H. Brueren
VALDEREN = valhek ter afsluiting van een gebied of perceel (weiland)
VONDEREN = losse brug (meestal een enkele plank) over een sloot
Duim = 2,6cm
Voet = 30,8 cm
Ó